rada (pl.)

raad, raadgeving, advies (nl.)




Przykładowe tłumaczenia:

przyjezdny (pl.) - vreemdeling, onbekende, vreemde (nl.)
samowola (pl.) - vergunning, licentie (nl.)
górować (pl.) - meester zijn, de baas zijn (nl.)
dostarczanie (pl.) - aflevering, levering, inlevering (nl.)
praktyczny (pl.) - praktisch (nl.)
pogmatwać (pl.) - van zijn stuk brengen, dooreenhalen (nl.)
posłaniec (pl.) - afgezant, bode, gezant (nl.)
ćwiczenia (pl.) - aanwenden, doorvoeren (nl.)
dobro (pl.) - okee, okay, goed (nl.)
kawš (pl.) - koffie (nl.)