miesić (pl.)

kneden (nl.)




Przykładowe tłumaczenia:

taki owaki (pl.) - dusdanige, dergelijke, zo'n, zulk een (nl.)
zbombardować (pl.) - bombarderen (nl.)
nieobecny (pl.) - leeg, vrij, open, onbezet (nl.)
zapominać (pl.) - afleren, vergeten, verleren (nl.)
zmierzch (pl.) - dageraad, aanbreken van de dag (nl.)
pomocnik błazna (pl.) - assistent, adjunct, helper (nl.)
pokost (pl.) - verlakken, lakken (nl.)
dymisja (pl.) - gelatenheid, berusting (nl.)
wizš (pl.) - visum (nl.)
scenariusz (pl.) - draaiboek, scenario, script (nl.)